Thessaloniki Griekenland.
Monastir Road Indian Cemetery.
Thessaloniki Griekenland.

De Saloniki campagne (1915-1918)  begon in 1915. De geallieerden wilden er  Servië gaan ondersteunen tegen de Centrale mogendheden (Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Bulgarije). De Britse Saloniki Force (strijdmacht) was slechts één element in een geallieerd leger. Na de landing in oktober 1915 rukten de geallieerde troepen langs de Vardar vallei op tot in Servië, maar vervolgens werden ze gedwongen om zich terugtrekken naar de Griekse stad Thessaloniki (vaak wordt Thessaloniki kortweg Saloniki genoemd). Thessaloniki ligt in Noord-Griekenland, aan de Golf van Thessaloniki of Thermaïsche Golf, die deel uitmaakt van de Egeïsche Zee. De stad is trapsgewijs gelegen tegen de heuvel Chortiatis. Ten westen van de stad ligt de rivier de Axios en ten oosten liggen de meren Koronia en Volvis. Ten zuiden van de stad ligt het schiereiland Chalcidice. De stad deed een jaar dienst als een versterkt kamp.

 

 

Een geallieerd offensief in de tweede helft van 1916 zorgde voor een lijn die liep van Monastir tot aan de Golf van Strimonikos, de Britse strijdmacht bezette de sector ten oosten van Doiran. Dit zou de geallieerde frontlijn blijven tot 15 september 1918. Toen kwam er een beslissende doorbraak, tijdens de slag bij Doiran op 18 en 19 september 1918, naar het noorden. Deze doorsteek leidde twee weken later op 30 september tot de overgave van Bulgarije. In de drie jaar van haar bestaan leed de British Saloniki Force 10.000 slachtoffers, bijna de helft van die slachtoffers waren toe te schrijven aan malaria.

 

Thessaloniki was de belangrijkste basis van het geallieerde leger. Door deze stad, zowel via de zee of via de Bralo-route over land, passeerden alle versterkingen en voorraden voor de British Saloniki Force. Het hoofdkwartier van de Britse strijdmacht bevond zich in de voorstad van Kalamaria. Ook de gewonden en zieken van het front weden naar Thessaloniki geëvacueerd. Maar liefst 18 militaire ziekenhuizen waren gestationeerd in of nabij Saloniki. Van daaruit werden de manschappen die overleden naar drie begraafplaatsen overgebracht: de Britse sectie van de geallieerde militaire begraafplaats aan Lembet Road, Mikra British Cemetery en Monastir Road Indian Cemetery.

 

 

Het Monastir Road Indian Cemetery and Memorial in Thessaloniki ligt drie kilometer van het centrum van de stad aan de hoofdweg naar Edessa. De begraafplaats die ontworpen werd door Sir Robert Lorimer is afgesloten en men heeft een voorafgaande toestemming nodig om het te kunnen bezoeken. Op deze militaire begraafplaats vinden we ook het achthoekige Monastir Road Indian Memorial, die draagt de namen van 159 Indiase militairen die tijdens WOI gestorven zijn in Macedonië, hun graven konden niet gemarkeerd of verplaatst worden.

 

De Indiase begraafplaats Monastir Road Indian Cemetery bevat nu de graven van 105 militairen van het Indiase leger. Er staat ook een gedenkteken dat de namen vermeld van 220 van hun kameraden van wie de stoffelijke resten werden gecremeerd. Op deze begraafplaats werden ook 33 Indiase zeelieden die dienden in de Britse koopvaardij begraven, of ze worden er herdacht. De begraafplaats werd aangelegd tussen 1916 en 1920 en het bestaat uit twee percelen: het zuidelijke perceel met graven, en het noordelijke plot waarin de resten rusten van meer dan 200 Indiase militairen die volgens hun geloof (Hindoes) gecremeerd werden. Het noordelijke plot bevat een gedenkteken met panelen met de namen van degenen die werden gecremeerd. In zuidelijk perceel vinden we tussen de andere graven ook de grafsteen van Fireman Bansha (in het register staat Bansa vermeld). Hij was brandweerman op het schip de H.M.T. "Virgin" dat maakte deel uit van de Indian Merchant Service (Indische koopvaardij). Banscha overleed op 12 november 1918.

 

 

Op de begraafplaats herdenkt men nu 358 doden, 353 van hen werden geïdentificeerd. 352 van hen zijn Indiërs maar één van hen is een chinees, namelijk Lamp Trimmer Ngok Chuen Sing. Hij deed dienst op het koopvaardijschip de H.M.T. "Kwang Ping" en zijn taak bestond erin om de olielampen die aan boord waren te onderhouden. Sing overleed op 3 mei 1918

 

De Indische mannen die hier rusten dienden voornamelijk bij de Royal Artillery, het Transport Corps van Bharatpur en Indore, het Mule-Corps (in dit corps werden muildieren gebruikt als transportmiddel) en na 1918 bij bepaalde Indische regimenten. De Sikhs, die in Thessaloniki stierven waren meestal militairen of drijvers in Punjabi eenheden. Er staan ook drie witte grafstenen van Sikhs op de begraafplaats, deze zijn van: Dhan Singh, Jagar Singh en Ganesh Singh. Deze individuele typische Britse grafstenen dragen hun naam, specialiteit, nummer en de datum van overlijden, evenals een inscriptie, bijvoorbeeld in Punjabi: “Ek op Kar Shri Wahe Guru Ji Ki Fateh” (overwinning aan de ontzagwekkende goeroe).

 

 

Meer artikels
Lone Pine Cemetery. 03-08-2015
Victoria Gully Turkije.

Op 6 augustus 1915 was er een Britse aanval gepland op Suvla Bay, dit was een ideaal gebied voor de landing van een grote legermacht.

lees meer ...
L'Ossuaire de Douaumont. 04-04-2016
Douaumont Frankrijk.

Een kenmerk van de strijd om Verdun was, in vele gevallen, het niet kunnen begraven van de doden.

lees meer ...
The Never Forget Memorial. 25-12-2017
Alrewas Verenigd Koninkrijk.

Het National Memorial Arboretum van Alrewas eert de gevallenen en erkent het offer en de dienst, dat bevordert bij de Britten de trots in hun land.

lees meer ...