Tijdens graafwerken in november 2009 werden er tussen de Franse dorpen Radinghem en Beaucamps Ligny (Noord- Frankrijk) stoffelijke resten gevonden van Britse militairen uit de Groote Oorlog. De lugubere ontdekking vond plaats nabij een kruispunt gelegen op een zevental km ten zuidoosten van Bois-Grenier en een elftal km ten noordoosten van La Bassée. De lijken lagen niet in één graf maar wel in drie verschillende grafputten op enkele meters van elkaar verwijderd. In een van de grafputten lag slechts één lijk in de beide andere vindplaatsen vond men veertien lijken .Deze regio viel kort na de verovering van Rijsel in Duitse Handen, en dat zou zo blijven tot in de laatste weken van de oorlog.
Op zondag 18 oktober 1914 waren hier twee Britse bataljons van de 16e Infanterie Brigade actief. Het 2e bataljon York and Lancasters en het 1e bataljon Buffs (East Kent Regiment) moesten vooruit trekken in zuidwaartse richting, langsheen de beide zijden van het bos Bois-Grenier, tot aan de weg naar Beaucamps Ligny. Het 2/ Y&L bevond zich rechts en het 1/Buffs links. Hun voorwaartse beweging verliep vlot en de A compagnie van het 2/ Y&L kon zonder veel vijandelijk weerwerk het dorp Radinghem innemen. Vandaaruit trokken ze 300 meter vooruit, ze stapten over een plateau in de richting van een boomrijk landschap waarin het Chateau de Flandres (Kasteel van Vlaanderen) verscholen lag. Het was van op dat punt dat zwaar Duits mitrailleurvuur het 2/ Y&L bataljon kon terugduwen. Ondanks dat de verliezen aanzienlijk waren, kon de C compagnie van Majoor Baylay doorvechten en de Duitse flank bedreigen. Hierdoor bleef de uitputting bij de Y&L beperkt. In de nacht van 31 oktober’14 werd de 6de Britse Divisie, waar ook het 2/ Y&L deel van uitmaakte, teruggejaagd door Radinghem tot in de omgeving van Beaucamps Ligny, naar de posities die ze tot in de lente van 1918 zouden bezetten. Het was daar dat men, in 2009, de corpussen van de 15 militairen terugvond. De mannen sneuvelden vermoedelijk allemaal tussen 18 en 21 oktober 1914. Al vlug kon men, aan de hand van voorwerpen en insignes gevonden bij de lijken, concluderen dat de gevonden oorlogsslachtoffers bij het York and Lancasters Regiment hadden gediend. Na grondige research en DNA onderzoek slaagde men er in om 11 mannen te identificeren. Deze waren: Private Herbert Allcock ( Private = soldaat), Private John Brameld, Private William Butterworth, Corporal Francis Dyson, Private Walter Ellis, Private John Jarvis, Private Leonard Morley, Private Ernest Oxer, Private John Richmond, Private William Singyard en Lance- Corporal William Warr.
Het zou nog bijna vijf jaar duren voordat de vijftien militairen, met de gebruikelijke militaire eer, naar hun laatste rustplaat zouden gebracht worden. Ze werden 100 jaar na hun dood, op 22 oktober 2014, op de Britse militaire begraafplaats Y Farm Military Cemetery in Bois-Grenier begraven.
Op de zelfde begraafplaats ligt ook Luitenant George R. D. Moor Begraven. Deze luitenant verdiende in Gallipoli (Dardanellen - Turkije) het Victoria Cross. Op 5 juni 1915, tijdens een hevige Turkse aanval ten zuiden van Krithia heroverde hij er, nadat alle officieren van de naast hem liggende sectie buiten strijd waren, een verloren stelling. Moor overleed in 1918, zoals zo velen stierf hij op 3 november ten gevolgen van de Spaanse griep. Hij was slechts 22 jaar. Luitenant Moor ontving ook nog het MC (Military Cross) and Bar (d.w.z. dat hij tweemaal het MC ontvangen heeft). Hij was zeker een moedige kerel, het is dan ook triestig dat hij enkele dagen voor de wapenstilstand overleed aan die verdomde Spaanse griep, een epidemie die ook nog na 11 november duizenden slachtoffers zou eisen!