Aartrijke Belgiƫ.
Aartrijke 'De Bevrijding'.
Aartrijke Belgiƫ.

Op de achtergrond van de foto zien we het Aartrijkse oorlogsmonument voor de militaire slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Dit monument staat ten oosten van de parochiekerk van Aartrijke (Zedelgem). Het gedenkteken was een realisatie van de Aartrijkse beeldhouwer Leonard De Visch (1888-1930), en werd ingehuldigd in 1920. De hoge, vierkante sokkel bestaat uit ruw gehouwen blokken blauwe hardsteen met daarop de gebeitelde en (bloed)rood beschilderde namen van de gesneuvelden onderaan staat het wapenschild van Aartrijke. Op de sokkel bevindt zich een beeld in witte natuursteen van een roepende soldaat die de in de sokkel gebeitelde woorden "WELK NUT LIGT ER IN HET STORTEN VAN ONS BLOED?" zou roepen. In die leuze weerklinkt ook de Vlaamse frustratie over de na de oorlog niet ingeloste Vlaamse verzuchtingen. De roepende soldaat staat afgebeeld bovenop puin waaronder twee naakte mannen bedolven liggen, achter hen zien we een kanonloop en twee kruisjes met opschrift "AVV" - "VVK". Tussen 1920 en 1924 vervaardigde De Visch een vijftal oorlogsmonumenten (ook in Jabbeke, Alveringem, Mater en Zwijnaarde). De monumenten sloten aan bij het gedachtegoed van het Verbond der Vlaamse Oud-strijders (V.O.S.). Ze ademden een duidelijke boodschap uit: geen heldenverering, geen verheerlijking van het militarisme, maar afschuw voor de oorlogsgruwel en een oproep tot blijvende herinnering aan de gesneuvelden en tot erkenning van de offers, gebracht door de Vlaamse frontsoldaten.

 

 

De godgeklaagde veldslagen van de Groote Oorlog eindigden eindelijk op 11 november 1918. Veel mensen denken dat de oorlog toen eindigde in de loopgraven aan de IJzer, maar dat was helemaal niet zo... Eind september 1918 lanceerde het Belgische leger samen met de Britten en de Fransen het Eindoffensief om ons land te bevrijden. Een groot deel van West- en Oost-Vlaanderen kwam zo in het strijdgewoel terecht, duizenden militairen en burgers lieten hierbij het leven. Een derde van de ongeveer 40.000 gesneuvelde Belgische militairen sneuvelden tijdens dit bevrijdingsoffensief. 

 

 

Bij het begin van de stellingenoorlog eind 1914, lag de omgeving van Zedelgem en Aartrijke in het Duitse etappegebied. Op donderdag 17 oktober 1918 werd Aartrijke dan eindelijk bevrijd. Eén van de eenheden die een rol speelde in de bevrijding van Aartrijke en haar omgeving was het 2e Regiment Veldartillerie (2A). Voor het offensief van 28 september 1918 bezetten de Groepen I/2A en II/2A stellingen langs de spoorweg Diksmuide – Nieuwpoort, ter hoogte van de kilometerpalen 4 en 5.  Groep III/2A bezette stellingen ten zuiden van Pervijze. Zij hadden de opdracht om de vijandelijke waarneming- en verbindingsposten te neutraliseren. Van 28 september tot 15 oktober 1918 voerden de Groepen van het 2e Regiment Veldartillerie deze opdrachten perfect uit. Het loste verder ook nog verontrustend vuur en artillerievoorbereidingsvuur op de Duitse posities. Op 16 oktober 1918 stak het artillerieregiment het overstromingsgebied ten zuiden van Diksmuide over en achtervolgde er de terugtrekkende vijand. Ondanks het slechte weer en de erbarmelijke toestand van het aan flarden geschoten terrein, werd deze beweging zonder haperingen uitgevoerd. Het Regiment was afgedeeld bij de 7e Infanteriedivisie (7e ID) en nam deel aan de verovering van Vladslo. Nadien werd de Groep III/2A enkele dagen ter beschikking gesteld van de 8e ID.  De Groepen I/2A en II/2A achtervolgden de vijand over Vladslo, Beerst, Keiem, Leke, Moere, Eernegem, Zerkegem, Zedelgem, Loppem en Oostkamp.  Groep III/2A zette met de 8e ID de achtervolging in over Bovekerke, Koekelare, Ichtegem en Aartrijke. Al meteen na de bevrijding werd in de buurgemeente Zedelgem een tuchtcompagnie van het Belgisch leger gevestigd. De ongedisciplineerde soldaten veroorzaakten er heel wat overlast voor de bevolking.

 

Een andere Belgische eenheid die niet zo ver van Aartrijke passeerde, ook om de streek te bevrijden was het 2e bataljon Karabiniers-Wielrijders.Gedurende de eerste dagen van oktober 1918 was het 2e bataljon Karabiniers-Wielrijders, ook de Zwarte Duivels genaamd, te Oud-Stuivekenskerke. Op 16 oktober bevond het bataljon zich als voorwacht van de cavaleriedivisie ten noorden van Lichtervelde, ze namen er een aantal krijgsgevangenen. De volgende dag trok het in volle snelheid door de bevrijde gewesten. Het bataljon arriveerde in Jabbeke, stak de vaart van Brugge over en nam met geweld drie mitrailleurs buit en ook 25 Duitsers gevangen. Twee dagen later nam het vóór Knesselare, samen met een eenheid van de Gidsen, deel aan den aanval tegen Maldegem. De Duitsers hadden besloten om de linie langs de afleidingsvaart van de Leie te verdedigen, op 21 oktober kreeg het 2e bataljon het bevel om de Rapenbrug aan het Schipdonkkanaal aan te vallen. Na een gevecht van twee uren lukte het bataljon er in om de vaart over te steken en een bruggenhoofd in te richten dat het gedurende twee dagen behield en dat niettegenstaande de menigvuldige tegenaanvallen van Duitse marine infanteristen. Het 2e bataljon telde in de laatste 10 dagen 95 doden en gewonden. Na enige dagen rust vertrok het naar Gent en vocht voor Evergem. De 10e november, te Eerstestraat bij Eeklo, ontving het bataljon het bevel om opnieuw vooruit te rukken, maar toen werd de wapenstilstand getekend! Na de wapenstilstand namen de Zwarte Duivels ook deel aan de bezetting in Duitsland.

 

Meer artikels
Ouvrage de Thiaumont. 11-07-2016
Douaumont Frankrijk.

In een brief naar huis beschreef infanterist Anton Steiger, een twintigjarige student theologie, zijn belevenissen, van de laatste dagen voor Verdun maar ook de verschrikkelijkste!

lees meer ...
Griekse Militaire Begraafplaats ' 05-09-1918'. 03-09-2018
Doirani Griekenland.

Voor de meesten onder ons is de Slag bij Dojran ( ook Dorian geschreven) een totaal onbekend gevecht uit WOI.

lees meer ...
Deutscher Soldatenfriedhof Soupir. 08-09-2014
Soupir Frankrijk

De Duitsers rukten op met een snelheid van gemiddeld 30 km per dag, een tempo waardoor hun aanvoerlijnen almaar langer werden. De daaruit voortkomende logistieke problemen én de vermoeidheid van de troepen verminderden de Duitse gevechtskracht maar hun overwinningsroes dreef hen voort. Het Duitse 1e Leger van generaal von Kluck besloot van het oorspronkelijke plan (het von Schlieffenplan) af te wijken door niet westwaarts om Parijs te trekken, maar aan de oostkant van Parijs te blijven.

lees meer ...