Auvelais België.
Nécropole Nationale Française Auvelais 'Le Phare Breton'.
Auvelais België.

Het Franse cimetière militaire van Auvelais, met haar prachtige Bretoense vuurtoren, herinnert ons er aan dat het Franse leger bij quasi alle grote veldslagen in België aanwezig was, en dat van augustus 1914 tot november 1918. Ook tijdens de 'kalmere' periodes bleef altijd een detachement Fransen aanwezig aan het Belgische front. Minstens 50.000 Franse militairen stierven of werden dodelijk verwond aan dit front. Het totale aantal lag zeker beduidend hoger. Een wet van december 1920 bepaalde dat op verzoek van de familie de lichamen van Franse doden gerepatrieerd konden worden. Dat maakte dat van de verschillende tienduizenden Franse graven in België er vandaag nog maar 11.827 graven gekend zijn, dit naast de om en bij 6.000 anonieme graven verspreid over 36 begraafplaatsen. Dit is één van de redenen waarom de zichtbaarheid van de Franse militaire aanwezigheid in België tijdens de Eerste Wereldoorlog vrij klein is.

De oorlog van 1914 bleek al vanaf de eerste weken te ontaarden in een bloedig gebeuren. De omvangrijke bewegingen van de legers in België en Frankrijk eiste heel wat slachtoffers. In de eerste vijf maanden van de oorlog, van augustus tot december 1914, verloren de Fransen bijna 300.000 man. De bovenmaatse aantallen gevallenen dwongen hen om op snelle termijn beslissingen te nemen van zowel legale- als organisatiemaatregelen met betrekking tot de militaire begraafplaatsen. Tijdens de eerste maanden van de oorlog kozen de oorlogsvoerders vaak voor massagraven. Aan Franse zijde gaf generaal Joffre richtlijnen i.v.m. het aantal doden per massagraf: niet meer dan 100! Bij de Britten lag het maximum bij zes doden, hoofd aan voet. De Duitsers echter hielden het onmiddellijk op individuele graven. Door sociale druk gingen de andere partijen ook al gauw over op hetzelfde systeem. In Frankrijk ging op 29 december 1915 de wet over het individueel begraven van militairen van kracht.

Geleidelijk verzamelden tijdelijke begraafplaatsen de lichamen van een gedeelte van het slagveld, meestal ingericht in de buurt van een veldhospitaal of hulppost nabij de loopgraven. Een groot aantal doden werd ‘onbekend’ verklaard omdat ze niet geïdentificeerd konden worden aan de hand van hun persoonlijke bezittingen. Op gemeentelijke begraafplaatsen en kerkhoven dicht bij het front werden er militaire hoeken ingericht. De inrichting was uiterst sober, de graven werden gemerkt met een houten kruis. De Duitsers daar in tegen legden soms indrukwekkende bouwwerken aan, met stenen graven en monumenten, met grote kruisen van steen of beton.

Meer artikels
Monument 'Bersaglieri e della Ragazze'. 29-10-2018
Triëst Italië.

Triëst (Italiaans: Trieste) is een stad in Italië, ten oosten van Venetië, aan de grens met Slovenië.

lees meer ...
Beaumetz-les-Cambrai Military Cemetery N°1. 02-04-2018
Beaumetz-les-Cambrai Frankrijk.

Beaumetz-les-Cambrai werd al op 22 maart, op de tweede dag van het Duitse Lenteoffensief (21 maart 1918 tot 18 juli 1918), onder de voet gelopen, dat ondanks het hevig verweer van de Britse 51e (Highland) divisie en Britse 25e divisie.

lees meer ...
Menin Road. 28-07-2014
Ieper België.

Vele jaren hadden de West- Europeanen het afweergeschut van elkaar bestrijdende legers niet gehoord. De leiders van het volk, met hun arrogante ambitie, verzamelden macht en rijkdom. Ze konden haast niet wachten om hun lange, blanke zwaarden waarmee ze normaal de zwakkeren en armen bedreigden en die nu zaten te roesten in hun schede, boven te halen!

lees meer ...